Wetgeving warenwetbesluit VWA
Om het veilig werken bij het aanbrengen van tatoeages (waaronder permanente make-up en cosmetische tatoeages) en piercings wettelijk te regelen, is op diverse niveaus wetgeving tot stand gebracht.
Allereerst is de Warenwet gewijzigd. Deze wijziging was noodzakelijk om regels te kunnen stellen aan het gebruik van tatoeage- en piercingmateriaal. De Tweede Kamer heeft op 19 april en 22 juni 2006 gedebatteerd over de wijziging van de Warenwet. Deze debatten hebben ten eerste geleid tot het opnemen van een leeftijdsgrens in de Warenwet voor het aanbrengen van tatoeages en piercings. De leeftijdsgrens en de uitwerking in het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen luidt als volgt:
- Onder de 12 jaar, afgezien van het aanbrengen van een piercing in de oorlel, is er een absoluut verbod op piercen en tatoeëren.
- Tussen de 12 en 16 jaar mag een tatoeage of piercing worden aangebracht als het kind wordt begeleid door een wettige vertegenwoordiger. Hierop zijn drie uitzonderingen: 1. het aanbrengen van een tepelpiercing bij meisjes
2. het aanbrengen van een genitale piercing
3. het aanbrengen van een tatoeage op hoofd, hals, polsen of handen Ook al worden kinderen tussen de 12 en 16 jaar begeleid door een wettige vertegenwoordiger, deze piercings en tatoeages mogen niet worden aangebracht.
Boven de 16 jaar zijn jongeren vrij te beslissen over het laten aanbrengen van een tatoeage of piercing.
Download hier het toestemmingsformulier van de GGD